Nieuwbouw departement S.A.W
Karel de Grote Hogeschool Antwerpen

Nota over de architectuur: ontwerp en functionaliteit

Deze opdracht voor en in samenspraak met de architectengroep GUDRUN bestaat uit het maken van het ontwerp, de uitvoeringstekeningen en volledige detaillering voor een campus van een hogeschool in Antwerpen.

Het intrigerende aan grote utilitaire gebouwen is dat een rigide structuur van kolommen en balken die de dragers zijn van vlakke vloerplaten het mogelijk maakt diverse functies in te schuiven en deze ook weer te verschuiven of weg te laten.
Wanneer het plateau leeg is, is het gevoel van ruimte tussen de twee enorme vlakken die onder en bovenliggende ruimte afscheiden vaak overweldigend.
Het is deze beschouwing die aan de grondslag ligt voor het ontwerp van dit gebouw.
Het gebouw is opgebouwd met 1 ondergronds en 5 bovengrondse op elkaar gestapelde horizontale schijven. Het geheel krijgt een transparante huid in glas. De vloerplaten eindigen afgeschuind en krijgen buiten het glas hun verlengde in scherp afgelijnde vleugel tegen mogelijke brandoverslag.
Binnenin wordt de open ruimtelijkheid van de horizontale plateaus zo veel mogelijk gekoesterd door het zorgvuldig toepassen van glazen tussenwanden. Functies die toch gesloten dienen te zijn worden ingeschoven als ruimtelijke sculpturen die men als eenmalige objecten uitzonderlijk her en der in het gebouw kan ontmoeten. De trappenkokers worden als rigide verticale schachten aangebracht.
Midden de plateaus, evenwijdig aan de straat, zijn brede als ontmoetingsplaatsen opgevatte gangen voorzien die alle lokalen bereikbaar maken. In de mediatheekruimten vinden ze hun verlenging in een in de vloerbekleding gemarkeerde zone.
Alhoewel het gezien het sociale aspect van de opleiding het de bedoeling was een open gebouw te creëren waar het contact primair staat kan de transparantie geregeld worden door het aanbrengen van gordijnen en/ of lamellengordijnen. Bij de buitenwanden regelen deze de lichtinval: het vermijden van reflecties op de computerschermen en te grote opwarming door de zonnewarmte of verduistering voor projectie. Bij de binnenwanden regelen ze ook de privacy indien nodig.
Op gelijkvloers bevinden zich een 4 auditoria voor elk ongeveer 150 personen. Ze schuiven achteraan het gebouw uit zodat op de verdieping één groot terras ontstaat.
Op deze verdieping situeert zich een eerste niveau van de mediatheek die grenst aan een op het terras aansluitende cafetaria.
De mediatheek verlengt zich op de tweede verdieping via een eigen in de ruimte geplaatste trap. Op dit niveau bevinden zich ook de lokalen voor de docenten. Op de derde verdieping bevinden zich de klaslokalen.
De dakverdieping is in eerste instantie een verdieping voor technieken en archief maar heeft voldoenden ruimte om mogelijke uitbreiding te voorzien.
Teneinde energieverslindende airconditioning te mijden wordt voor een meer ecologisch systeem gekozen. Het klimaat in het gebouw kan geregeld worden door een minimale topkoeling. Bij grote warmte zal de nog door de zonnewerende beglazing doordringende warmte gereflecteerd worden door de regelbare horizontale lamellen. De achter hangende gordijnen kunnen eventueel optreden als bijkomende isolatie tegen de warmte in de ruimte tussen lamellen en glas. In deze laatste ruimte die als een soort klimaatregelende bufferzone tussen binnen en buiten kan beschouwd worden wordt de warme lucht bovenaan naar buiten gezogen via een mechanisch geventileerde gleuf.
In de winter kan het wel doordringende zonlicht voor bijkomende opwarming van het gebouw zorgen.
Afhankelijk van de weersomstandigheden krijgt het gebouw door het intelligent gebruik van de zonnewering een wisselend karakter. Bij de open stand van de zonnewering bepaald het interieur en de aanwezigheid van de gebruikers door de transparantie het karakter van het gebouw.
In gesloten stand wordt men geconfronteerd met een vlak monoliet volume. Door in de gevel de contouren iets naar binnen te trekken komt het volume los uit de huizenrij. Door de insnoering onderaan spievormig en oplopend te maken en bovenaan naar de niveaus van de aanpalende kroonlijsten af te lopen ontstaat een zich in het straatbeeld inpassend autonome gestroomlijnde vorm.